Als werken alleen niet meer genoeg is…

Prinsjesdag is net weer achter de rug.
Koopkracht. Bestaanszekerheid. Belastingen. Begrotingen. Miljarden die links en rechts verdeeld worden.
Ik zal eerlijk zijn: van sommige cijfers duizelt het me al snel. Want uiteindelijk kijk ik vooral naar wat wij iedere dag zien. En dat zijn geen percentages. Dat zijn mensen.

Mensen die gewoon iedere ochtend hun wekker zetten en naar hun werk gaan. Die 32, 36 of 40 uur per week werken. En die aan het einde van de maand tóch niet weten hoe ze alle rekeningen moeten betalen.
En eerlijk?

Ik maak me daar steeds vaker zorgen over. Niet alleen vanwege het geld. Maar vooral vanwege wat die constante stress met mensen doet. Het begint vaak klein; Een rekening die blijft liggen, een betalingsregeling die niet wordt nagekomen, nog een rekening erbij, een aanmaning.

En voor je het weet is iemand alleen nog maar gaten aan het dichten.
Wij zien wat dat met mensen kan doen. Slecht slapen, niet meer helder kunnen nadenken, afspraken vergeten, te laat op het werk komen, zich ziek melden en steeds verder in de problemen raken.

En die stress stopt natuurlijk niet zodra iemand na zijn werk de voordeur binnenstapt. Ook thuis loopt de spanning op. Geldzorgen worden discussies. Partners raken geïrriteerd, verwijten elkaar keuzes die zijn gemaakt of weten allebei simpelweg niet meer hoe ze het moeten oplossen. Soms komen relaties daardoor zwaar onder druk te staan of lopen ze zelfs stuk. En ook als er kinderen bij betrokken zijn, raakt het niet meer alleen die ene medewerker.

Zo kan een probleem dat ooit begon met een paar rekeningen uiteindelijk invloed krijgen op bijna alles: je relatie, je gezin, je gezondheid én je werk.

En soms gaat het helaas nog veel verder. We zien mensen psychisch volledig vastlopen. Mensen die hun woning verliezen of dreigen te verliezen. Die hun toevlucht zoeken in verdovende middelen. Die het leven soms letterlijk niet meer zien zitten of voor langere tijd opgenomen moeten worden.

Dat zijn de momenten waarop ons werk ineens weinig meer te maken heeft met een cv, vacature of uurloon.
Dan zit er gewoon een mens tegenover je die niet meer weet hoe hij verder moet.
En juist dan komt ook die baan onder druk te staan. Dat vind ik misschien nog wel het meest schrijnende. Want juist die baan is vaak één van de dingen die iemand nog houvast geeft.
• Inkomen.
• Ritme.
• Een reden om ’s ochtends uit bed te komen.
• Collega’s om je heen.
• Het gevoel dat je ergens nodig bent.
Maar als de problemen thuis steeds groter worden, zie je dat uiteindelijk ook terug op de werkvloer.
 
Natuurlijk heeft een werkgever grenzen.
Je moet op tijd komen. Je moet je afspraken nakomen. En als je niet verschijnt, heeft een werkgever ook gewoon een productieplanning die door moet.
Dat snap ik als geen ander.
Maar soms zit er achter iemand die voor de derde keer te laat komt een veel groter verhaal dan: hij heeft er blijkbaar geen zin in.

Dus bemoeien wij ons er soms wél mee!
Is het onze taak om iemands financiën op te lossen?
Daarin is het antwoord een: Nee.
Zijn wij hulpverleners?
Absoluut niet.
Maar moeten we daarom wegkijken?
Dat vind ik ook niet.
Wat we dan doen is praten. We stellen de vragen die schaamte voorbij gaan.
“Wat heb je per week te besteden?”
“Waar geef je het aan uit?”
“Wat gaat er mis?”

We bellen met een gemeente. Hebben contact met bewindvoering. Proberen de juiste mensen bij elkaar te krijgen. En soms bellen we ’s ochtends iemand wakker omdat op tijd komen even niet vanzelf gaat. Wekdienst noemen we dat hier. Dit doen we niet omdat dat in onze functieomschrijving staat. Maar omdat iemand soms nét even wat meer nodig heeft dan alleen een baan.
Gelukkig hebben we ook werkgevers die dat begrijpen. Dat maakt me trots. Werkgevers die verder kijken dan één fout, die iemand een tweede kans geven en soms ook wel een derde. Werkgevers die mensen aannemen die geen perfect cv hebben. Die een bewogen jeugd hebben gehad, schulden hebben opgebouwd of simpelweg een paar verkeerde afslagen in het leven hebben genomen. En niet iedereen grijpt die kans. Dat vind ik naar maar ik besef me ook dat het dan goed is, de keuze van de ander.
We zien gelukkig veel mensen die zichzelf wel herpakken, die na een hele moeilijke periode weer voor het eerst aan het werk gaan. Die hun kansen grijpen en met vallen en opstaan er weer bovenop komen. Dit zijn onze parels!

Na deze Prinsjesdag zullen er genoeg mensen met een rekenmachine of een mooie formule zijn die precies kunnen vertellen of de gemiddelde Nederlander er volgend jaar 0,2% op vooruit- of achteruitgaat.
Ik niet. Ik weet wel wat wij zien.

Dus stel iets vaker de vraag: “Hoe gaat het nou echt met je?”
Soms begint het gewoon met iemand die luistert.

Kim
TR Flex

Terug